Het Hooghuis

Stamreeks
Gehele stamboom
Naamsbeschrijving
Geschiedenis van negen generaties Bosgra(af)
Formulier aanvulling stamboom

Contactformulier
De boomkwekerij door de eeuwen heen
Familiewapen
Het Hooghuis
Geschiedenis van Bergum
Foto's
Literatuurlijst
Geschiedenis

Het Hooghuis waar stamvader Freerk Bosgraaf werkzaam was, werd waarschijnlijk als jachthuis voor 1640 gesticht door stadhouder Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz. Daarna bewoonde Menno van Coehoorn, die een bekende vestingbouwer was, het huis samen met zijn ouders, maar in 1686 werd het weer in gebruik genomen door stadhouder Hendrik Casimir II. Door de tuinarchitect Jacob Roman (1640-1716) werd de tuin veranderd in een tuin in Franse stijl. Het had vijvers, een appelhof en grote bossen. Een prachtige laan met grote eiken en beuken liep van het huis naar de Nieuwstad en naar de koepel aan de Zomerweg. Hendrik Casimir's weduwe, Henriėtte Amalia van Anhalt-Dessau, verkocht het buiten in 1706 aan Frans Menno van Eminga.
Vijftien jaar later, in 1721, wordt het huis gekocht door Hector Willem van Glinstra voor 15.500 gulden. Hij was grietman van Tietjerksteradeel en maakte van het huis een lusthof. Van Glinstra heeft zich veel bezig gehouden met het kweken van bomen, waarschijnlijk met de hulp van mr. Freerk Bosgraaf. Vervolgens komt het Hooghuis door erfenis in de tweede helft van de achttiende eeuw in het bezit van Hobbe Baerdt van Sminia, die het huis in  1771 laat afbreken.

Tegen het einde van de 17e eeuw wordt er een inventaris opgesteld van het huis. In de beschrijving wordt o.a. gesproken over: "een behangsel van bruine chamoi met groene en witte banden en twee arm- en tien leunstoelen van notehout in de grote zaal en in de zijkamer groen goudleerbehang en een klein ledikantje van sits, groene franje van zijde en gedoubleerd met groene armozijn". Verder "een spiegel met een lijst van schildpad, een notenschrijftafel bekleed met groen fluweel en natuurlijk een overvloed aan servies- en kopergoed".
Vermeldenswaardig is verder dat in het Stadhouderlijk Hof de familie Van Nassau-Dietz een houten model van het Hooghuis hadden staan!

Uit het midden van de negentiende eeuw is een litho bewaard gebleven, die gebaseerd meot zijn op een oudere afbeelding, omdat het buiten al in 1771 gesloopt is. Het Hooghuis doet niet zo hoog aan, als de naam zou doen vermoeden. Het buiten bestaat uit drie achter elkaar gelegen dwarsgeplaatste vleugels, waarvan het voorste een schildkap heeft en de andere zadeldaken tussen topgevels.
De voorste vleugel met een representatief karakter bestond uit een bel-etage op een souterrain en waren de vensters voorzien van kruiskozijnen met luiken. Deze stamden waarschijnlijk nog uit de eerste helft van de zeventiende eeuw.

De ingang van het huis kon bereikt worden via een trap, maar voor een stadhouderlijk buiten ziet het er eenvoudig uit. Het ongeveer een halve eeuw later gebouwde Oranjewoud straalde een hele andere allure uit. Het contrast is stellig kenmerkend voor de gezagspositie die de Nassau's geleidelijk verwierven.

Bewoners

ca 1630 - 1640 Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz
1640 - 1686 Menno van Coehoorn
1686 - 1696 Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz
1696 - 1706 Henriėtte Amalia van Anhalt-Dessau
1706 - 1721 Frans Menno van Eminga
1721 Hector Willem van Glinstra
na 1750 - 1771 Hobbe Baerdt van Sminia

Erfstadhouder van Friesland, Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz, werkgever van mr. Freerck Bosgraaf

Huidige doeleinden

Het huis is afgebroken in 1771, het stond aan de zuidkant van de Menno van Coehoornweg in Bergum. Aan de overkant van de weg staat tegenwoordig 
de boerderij de "Hege Stjelp" (camping en bed and breakfast). Er zijn nog stinzeplanten te vinden die herrineren aan de voormalige stinze. 

(Stinsen in Friesland, 2005)

Bron: http://www.stinseninfriesland.nl/HetHooghuisBergum.htm

 

Omschrijving uit Van der Aa

HOOG-HUIS (HET), voorheen Bergumerbosch genaamd, voorm. landh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. O. van Leeuwarden, kant. en 1/2 u. O. van Bergum, in de buurt Noordermeer, welke tot het d. Bergum behoort.

Weleer behoorde dit landhuis aan het geslacht van Nassau, en was denkelijk als jagthuis gesticht door den derden Stadhouder van Friesland Hendrik Casimir I. Omstreeks het jaar 1708 was het in het bezit van den Kolonel Frans Menno van Eminga, die het, in het jaar 1721, voor eene som van 15,500 guld., aan den Grietman Hector Willem van Glinstra verkocht, waarna het in de helft der vorige eeuw gesloopt is. het is een tijdlang bewoond geweest door den vader van den beroemden Vestingbouwkundige Menno baron van Coehoorn, welke laatste hier mede eenige jaren van zijne jeugd doorbragt.

Ter plaatse, waar het gestaan heeft, ziet men nu eene arbeiderswoning. De daartoe behoord hebbende gronden zijn onder andere boerenlanden verdeeld, en worden thans grootendeels in eigendom bezeten door Jonkheer Hobbo Baerdt van Sminia, Grietman ven Tietjerksteradeel, woonachtig te Bergum. (Zie ook Hoogenhuis.)

Bron: Aa, A.J. van der, Het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, 1839

© 2005 Johannes Bosgra

 
  

Google
 
Web www.johannesbosgra.com

© 2007 Johannes Bosgra     Sitemap  Bosgra